Stoppen met roken!

Stoppen met stoppen Roken deed ik zoveel mogelijk, dag en nacht. Sigaretten en shag naast elkaar, ’s ochtend bij de koffie, ’s middags bij de thee, ’s avonds bij het bier en ’s nachts naast de shoarma. Rond mijn zeventiende, was ik ermee begonnen. Omdat ik het wel spannend vond. Het zag er een soort van volwassen uit. Rokers uit de hogere klassen van het gymnasium, bij wie ik een beetje in de buurt ging staan, die hadden iets, iets rebels. Ze stonden buiten (binnen mocht je niet roken) en trokken zich nergens wat van aan. Ze hadden de leukste gesprekken en de beste grappen. Dacht ik. Zo’n sigaret heeft ook iets romantisch. Ik hield van uit gaan en daar zag ik ook altijd mensen roken. Dan moest het wel cool zijn. Het straalde iets mysterieus uit. Maar, zoals met zoveel dingen, kon ik geen maat houden. Zodra je zelf pakjes gaat kopen, ben je verslaafd. Of dat je bij iemand even geld gaat lenen om dat je anders zónder zit. Of: het stiekeme roken. De speciale verbondenheid die je voelt met andere rokers. ’s Nachts in bed roken nadat je je tanden hebt gepoetst (iew). Met een paar vrienden een taxi bellen om sigaretten voor je te trekken in een automaat aan de andere kant van de stad, terwijl je intussen de asbak checkt of je nog een peuk kan aansteken. Ik kon hele mooie, strakke shaggies draaien. En mooie kringetjes blazen. En daar heel stoer bij kijken. Ja, ik was er hélemaal aan. Jarenlang rookte ik anderhalf pakje per dag. Tot ik er ZIEK van was. Mijn kleren stonken, mijn studentenkamer stond permanent blauw. Mijn eerste poging om ermee te stoppen was alleen achteraf leuk. Na een rookvrije week verkondigde ik tijdens het doorzakken aan mijn beste vriend dat ik nu al een hele week gestopt was. Ik stuiterde helemaal door de kamer, wist me blijkbaar niet goed raad met zoveel zuurstof. Het was me gelukt, dacht ik. Ik begon het al te geloven. ‘Doe eens relaxed man, je bent echt niet te harden.’ zie hij, ‘Hier, neem in vredesnaam een sigaret.’ Dat had ik natuurlijk niet moeten doen. Maar zo gaan dingen soms. Ik was er nog niet klaar voor. In stilte voerde ik een maandenlang gevecht. Een paar maanden later raakte ik rock bottom. Ik was letterlijk ziek van mezelf. Ik vond het zó erg dat ik nog rookte. Maar ik kón niet stoppen. Ik wilde wel, maar wist niet hoe. Hoe kun je stoppen met iets niet meer te doen? Een training van Allen Carr leek mij wel geschikt. In de training mocht je gewoon doorgaan met roken het stelde mij gerust. Wat ik nog niet wist, maar al die tijd gevoeld moet hebben, is dat de verslaving twee elementen heeft. Allereerst een lichamelijke: er zit een stofje in sigaretten waardoor je lichaam ogenblikkelijk naar de volgende sigaret verlangt op het moment dat je je sigaret uitmaakt. Wat ooit begon als een onschuldige escape, een moment van rust, van even op adem komen, van stoom afblazen, was uitgegroeid tot een neurotische gewoonte om elke seconde bezig te zijn met de volgende sigaret. Dat was ik zó zat. Deze fysieke verslaving zet alles in gang voor het tweede element: de mindset. Om je lichaam maar te geven wat het (denkt dat het) nodig heeft, ga je je (zonder dat je het zelf doorhebt) in allerlei bochten wringen, die het voortzetten van het roken rechtvaardigen. Lang verhaal kort: als je wilt stoppen, moet je kost wat kost niet die eerste nemen. Kost even moeite. Je onderdrukt tijdelijk je lichamelijke behoefte. Maar die ebt uiteindelijk vanzelf weg. Daarmee win je tijd. Intussen herinnert je verstand zich maar al te goed dat je niet wilt roken. En dan heb je het onder controle. Tenminste, zo heb ik het ervaren. Wanneer bereik je je dat allerdiepste dal waardoor je eindelijk eens in beweging komt? Ik ben in elk geval blij dat ik het pijnpunt bereikt heb, dat ik écht wilde stoppen. Iedereen weet: je kunt het vaak genoeg tegen jezelf zeggen, maar het ook echt doorbreken, dat voelt totaal anders. In die eerste moeilijke dagen had ik opmerkelijk veel steun aan de juiste woorden. Want mijn lichamelijke verslaving kon ik niet zomaar veranderen. Maar hoe vertel je je brein dat je wilt stoppen met iets niet meer te doen? Daar vond ik gelukkig wat op. Deze zin heeft me er doorheen geholpen: “Ik mag roken, maar ik hoef het niet meer te doen”. Mijn kleren roken weer fris, ik kon weer voluit ademhalen, mijn huid begon er meteen beter uit te zien, ik zag en proefde meer, de energie kwam terug en met de dag kreeg ik meer lucht. Het is dit jaar 7 jaar geleden dat ik ben gestopt en ik ben nog steeds blij en trots dat ik het tijdig heb doorbroken. En dat gun ik iedereen.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0