Waarom altijd sneller en meer?

Wat is dat toch? We willen altijd het hoogst mogelijke. Het maximale. Maar waarom?

 

Ooit, lang geleden liep ik een Marathon in 03:03:03 uur. Voor heel veel hardlopers een droom tijd. En dan ook nog 3x3. Hoe bijzonder is dat. Je zou verwachten dat ik in extase was. Maar ik kan je vertellen dat was niet zo. Ik was teleurgesteld en boos. Boos op mezelf en teleurgesteld in de tijd. Had ik 5 seconden per kilometer harder gelopen dan was ik gefinisht onder de 3 uur, wat mij een vermelding zou geven in de Runnersworld. Helaas is dat nooit gebeurt.

We willen allemaal sneller, verder en meer. Een grotere auto, verre vakanties en meer salaris. Mij totaal niet onbekend. Wanneer je mij nu vraagt waarom, dan geef ik je dit antwoord. “We zoeken rust.” Verbaasd?

We willen een grotere auto dan de buurman. Waarvoor? Om ons geweten te sussen. Want wat zal de buurman wel niet denken van de auto die we nu hebben.

We moeten op vakantie naar een tropisch eiland? Waarom? Zodat we kunnen bijtanken. Want het hele jaar hebben we hard gewerkt en we zijn doodmoe.

Natuurlijk moeten we meer salaris? Waarom? Zodat we een nog grotere auto kunnen kopen. Want de overbuurman heeft net een andere gekocht.

Eigenlijk zijn we allemaal aan
het DOEN om te ZIJN.

Ik zocht vooral rust in mijn hoofd. En die rust dacht ik te vinden met een grotere auto of verre vakantie. Natuurlijk een onmogelijke missie. Gedoemd te mislukken, wat ook gebeurde. Ik leerde dat je rust niet hoeft te zoeken. Het is er namelijk al: in jezelf. En toch kon ik die rust niet vasthouden. Waarom toch niet?

Mijn onrust kwam voort uit mijn gedachten. Die zijn namelijk continue opzoek naar oplossingen. En ja, dat is wat ons brein doet. Niets meer, niets minder. Voelde ik me rusteloos en dacht ik: “Dat wil ik niet.” Tadaa dan waren daar mijn gedachten. Klaar om mijn probleem op te lossen. Want dat is wat ik ze vroeg: “Hé gedachten! Ik wil me niet rusteloos voelen.” Op deze manier hield ik mijn onrust in stand.

Jarenlang heeft die onrust me nog achtervolgt. En sommige dagen is die er weer. Dan gebeurt er iets en dan- boem- is daar de wens: “Dit wil ik niet.” Doordat ik het nu als dusdanig benoem - een wens - kan ik er afstand van nemen. Mijn brein word wel wakker maar hoeft niets. Het is immers maar een verwachting.

Wanneer je niets verwacht
 wordt alles een cadeau

 

Had ik dit maar geweten ten tijden van mijn droom Marathon. Ik had zeker niet sneller gelopen maar wel had ik mijn boosheid en teleurstelling de plaats kunnen geven die ze verdienden. In de prullenbak. Want wat liep ik toen een geweldige Marathon. In een al even bijzondere tijd. Het duurde 11 jaar voordat ik dat kon zeggen.

Wanneer laat jij je verwachtingen los? Zodat je ook gaat zien dat het leven één groot geschenk is. Toch zeker geen 11 jaar. Wel?

 

Hans Andriessen

 

Mindful Run Dronten

www.bouwmind.nl